Betrokkene verzocht de rechtbank om het bij beschikking van 22 november 2018 ingestelde bewind op te heffen. Zij gaf aan dat het bewind al drie jaar loopt zonder dat er zicht is op schuldafwikkeling en dat zij onvoldoende leefgeld ontvangt. Betrokkene werkt fulltime en wil haar schulden zelf oplossen met hulp van haar zus, een maatschappelijk werker. Zij kampt met ernstige gezondheidsproblemen.
De bewindvoerder verklaarde dat nog geen aanvraag voor schuldhulpverlening kon worden gedaan omdat over de afgelopen vijf jaar geen correcte aangiftes inkomstenbelasting zijn gedaan, mede doordat betrokkene haar inkomsten als partyconsulente niet heeft opgegeven. De bewindvoerder heeft herhaaldelijk om deze informatie verzocht.
De kantonrechter oordeelde dat de gronden voor onderbewindstelling, met name problematische schulden, nog steeds aanwezig zijn. Het niet aanleveren van de benodigde gegevens door betrokkene is niet te wijten aan de bewindvoerder. Daarom kan het bewind nog niet worden opgeheven. Het verzoek tot opheffing werd afgewezen.