Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2022 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beemster, verweerder
Als derde-partij neemt aan het geding deel: [derde belanghebbende] B.V.,
Procesverloop
Overwegingen
- zonder meer sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf en hulpbedrijf;
- dat het voor de bedrijfsvoering zonder meer noodzakelijk is uitbreiding te realiseren in de vorm van een bewaar- en verwerkingsruimte omdat er geen geschikte opslag is (uien en pootgoed) of binnen afzienbare tijd zal zijn (fritesaardappelen) en dat de bestaande ruimte dan vrijkomt voor het agrarisch hulpbedrijf voor de stalling van machines en werktuigen;
- dat de omvang van de loods wellicht berekend is op de groei en niet direct volledig nodig is voor productbewaring, maar gelet op de bezettingsgraad van de huidige gebouwen ook nodig is voor de loonwerkactiviteiten, waarbij ook van belang is dat de bewaarruimte die elders werd gehuurd in de omvang van de nieuwe loods wordt verdisconteerd, en
- dat het het meest doelmatig is de nieuwe loods aansluitend te bouwen aan het bestaande erf. De ruimte tussen de bestaande en de nieuwe loods is nodig voor manoeuvreerruimte voor vrachtwagens en machines.