Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig, een gedraging omschreven in artikel 57 RVV Pro 1990. Betrokkene maakte bezwaar tegen de boete, maar de officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 4 maart 2022 verschenen zowel de gemachtigde van betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De kantonrechter stelde vast dat de verklaring van de verbalisant voldoende was om de gedraging vast te stellen en zag geen aanleiding voor een aanvullend proces-verbaal. De gedraging was genoegzaam bewezen.
Hoewel de boete terecht was opgelegd, werd het verzoek tot matiging gehonoreerd omdat het boetebedrag recent was verlaagd van €400 naar €250. De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie en matigde de boete. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €1.164,75 toegekend aan betrokkene, waarbij rekening werd gehouden met een recente uitspraak over de waardering van telefonische hoorzittingen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S. Slijkhuis en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.
Uitkomst: De boete voor onnodig geluid veroorzaken wordt gematigd van €400 naar €250 en de proceskostenvergoeding wordt toegekend aan betrokkene.