De rechtbank Noord-Holland heeft op 25 april 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van circa 30.100 euro, verborgen in zijn auto. Het geld bleek afkomstig van verduistering gepleegd door een medeverdachte bij een slachtoffer. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte wist van de criminele herkomst en het geld in zijn auto verborg.
Bewijs bestond uit het aantreffen van drie zakken met bankbiljetten in de auto, vingerafdrukken van verdachte op het geld en de zakken, en een steekproef die bevestigde dat het geld afkomstig was van de verduistering. Verdachte ontkende kennis van het geld, maar zijn alternatieve verklaring werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere veroordelingen. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met twee jaar werd afgeweken van een gevangenisstraf van vier maanden en werd een taakstraf van 240 uur opgelegd. Daarnaast werd de auto, gebruikt bij het witwassen, verbeurd verklaard. Een klein bedrag van 31,35 euro werd aan verdachte teruggegeven.