Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.EncroChat
De ontbrekende JIT-overeenkomst
4.Beoordeling van het bewijs
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
primair
primair
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de sanctie
bestreden vonniseen vrijheidsbenemende straf of maatregel is opgelegd van ten minste even lange duur als de door de verdachte in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd na verlenging. Deze bepaling is gezien haar plaats in de wet en haar bewoordingen uitsluitend gericht aan de appelrechter. Dit is recentelijk ook al enkele malen overwogen door gerechtshoven, in onder meer in hoger beroep aanhangige strafzaken. De enkele omstandigheid dat het wegvallen van de waarborg van artikel 5, eerste lid, onder c, van het EVRM mede de achtergrond vormt van deze wettelijke regeling brengt nog niet met zich dat de eerste rechter die vonnis wijst reeds de aanwezigheid van deze grond mag aannemen. De rechtbank kan daarom niet met toepassing van deze bepaling de grondslag van het bevel voorlopige hechtenis bij vonnis verbreden.
8.Bijkomende straf
9.Vermogensmaatregel
10. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
11.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.Beslissing
acht (8) jaren.
Staatsbosbeheergeleden schade tot een bedrag van
€ 8.015,13, als vergoeding voor materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan Staatsbosbeheer, voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.