Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Procesafspraken over de afdoening van de strafzaak
- de verdediging geen onderzoekswensen indient;
- de verdediging geen bewijsverweren voert;
- de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;
- de verdachte afstand doet van de in de overeenkomst genoemde in beslag genomen voorwerpen;
- de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;
- het OM een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging zal indienen overeenkomstig de afspraken met de verdediging;
- het OM ter zitting een gevangenisstraf van dertig maanden onvoorwaardelijk zal vorderen;
- het OM en de verdediging afzien van hoger beroep indien de strafoplegging conform de overeenkomst plaatsvindt.
4.Encrochat
verkrijgingvan de Encrochat-data in Frankrijk onrechtmatig is geweest als op de vraag of
de opslag en het gebruikvan die data in Nederland onrechtmatig is geweest. Alvorens die vragen te beantwoorden zal de rechtbank hieronder eerst de feitelijke gang van zaken schetsen rondom de Encrochat hack en het kader voor de toetsing.
[accountnaam] @encrochat.com(hierna ook aan te duiden als: [accountnaam] ). Uit de chatgesprekken van [accountnaam] rees het vermoeden dat deze gebruiker zich schuldig maakt(e) aan de handel in verdovende middelen en vuurwapens in de periode van 27 maart 2020 tot en met 12 juni 2020. Door het CAT Noord-Holland werd deze gebruiker geïdentificeerd als [naam verdachte] , geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Joegoslavië) ingeschreven op de [adres] . Na verkregen toestemming daartoe werd dit onderzoek op 24 juni 2020 overgedragen aan de districtsrecherche Kennemerland en werd onder leiding van de officier van justitie in de onderhavige zaak het onderzoek administratief voortgezet onder de naam Jasmine.
Het onderzoek richt zich op de verdenking tegen het bedrijf Encro c.s. dat zich heeft gespecialiseerd op het aanbieden van versleutelde communicatie en diens directeuren en wereldwijde resellers van de Encrotelefoons die worden verkocht door het bedrijf Encro c.s. Daarnaast richt het onderzoek zich ook op de NN gebruiker(s) van voornoemde Encrotelefoons, die zich strafbaar maken aan diverse vormen van georganiseerde criminaliteit.
Ik verzoek de officier van justitie op grond van artikel 126uba en/of art. 126l en/of art. 126t, en/of art. 126s van het Wetboek van Strafvordering, te vorderen, dat door de rechter-commissaris bij de Rechtbank Rotterdam een machtiging wordt verleend en te bevelen dat het/de hieronder bedoeld geautomatiseerd(e) werk(en) in gebruik bij verdachte(n) door de Franse politie wordt binnengedrongen met het doel:
Verdachten
Wijzend op het gemeenschappelijk belang van de lidstaten om ervoor te zorgen dat de wederzijdse rechtshulp tussen de lidstaten snel en doeltreffend plaatsvindt, op een wijze die verenigbaar is met de fundamentele beginselen van hun nationale recht en in overeenstemming is met de individuele rechten en de beginselen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950;
5.Beoordeling van het bewijs
[accountnaam] @encrochat.com(hierna: “ [accountnaam] ”). De raadsman heeft geopperd dat mogelijk ook een ander (weleens) gebruik heeft gemaakt van het account [accountnaam] . De rechtbank acht dit, gelet op de inhoud van de met dit account gevoerde chatgesprekken, waarin bijvoorbeeld het adres van de verdachte wordt genoemd en de voornaam van zijn partner, niet aannemelijk. Bovendien heeft de verdachte over die door de raadsman geopperde mogelijkheid van gebruik van het account door een ander geen enkele verklaring willen afleggen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat alle in het dossier opgenomen gesprekken door de verdachte zijn gevoerd.
6.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van de verdachte
8.Motivering van de sanctie
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
42 maanden.