Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring
- de incidentele conclusie van antwoord, met producties
- de akte uitlaten producties van de zijde van [gedaagde].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele bodemzaak vordert Circularity c.s. nakoming en schadevergoeding wegens vermeende tekortkomingen van [gedaagde] in transportovereenkomsten voor goederen uit China en India. [gedaagde] stelt zich in een incident op het standpunt dat de rechtbank onbevoegd is omdat de Fenex-voorwaarden met een arbitragebeding van toepassing zijn.
De rechtbank onderzoekt of de Fenex-voorwaarden rechtsgeldig zijn opgenomen in de overeenkomsten. Uit e-mails blijkt dat Circularity c.s. vooraf via hyperlinks toegang hadden tot de Fenex-voorwaarden, inclusief het arbitragebeding in artikel 23. Circularity c.s. betwisten dit niet voldoende.
De rechtbank oordeelt dat het arbitragebeding niet tot de essentialia van de overeenkomst behoort, maar wel geldig is overeengekomen. Het beroep op arbitrage is niet onredelijk, ook niet ondanks eerdere betwisting van de overeenkomst door [gedaagde].
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd de hoofdzaak te behandelen en veroordeelt Circularity c.s. in de proceskosten van het incident en hoofdzaak wegens het aanhangig maken van de zaak bij de verkeerde instantie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens toepasselijkheid van het arbitragebeding en veroordeelt Circularity c.s. in de proceskosten.