De rechtbank Noord-Holland heeft op 10 mei 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die samen met een medeverdachte een ayahuasca retreat organiseerde in Haarlem. Gedurende de periode van 28 tot en met 30 november 2019 heeft de verdachte medeplegen gepleegd door ayahuasca, bevattende N,N-Dimethyltryptamine (DMT), te verwerken, verstrekken en vervoeren.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte en haar medeverdachte onder de naam van hun organisatie de retreat organiseerden waarbij ayahuasca met DMT werd verstrekt aan deelnemers. Ondanks dat de verdachte niet zelf de ayahuasca fysiek aan anderen overhandigde, was er sprake van nauwe en bewuste samenwerking die voldoet aan de criteria voor medeplegen. Het overlijden van een deelnemer onderstreept het gevaar van de stof.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verklaring van de verdachte niet gebruikt mocht worden wegens het ontbreken van cautie en dat de herkomst van de onderzochte ayahuasca niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verwierp deze verweren en achtte de bewijsvoering, waaronder verklaringen van aanwezigen en het NFI-rapport, voldoende.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar. Hierbij werd rekening gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn van bijna een half jaar, wat leidde tot een vermindering van de taakstraf.