ECLI:NL:RBNHO:2022:4210
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderbijdrage na scheiding met beperkte draagkracht vader
De vrouw verzocht de rechtbank om een kinderbijdrage van de man te bepalen voor hun vier minderjarige kinderen. De rechtbank stelde vast dat partijen een affectieve relatie hadden en dat de kinderen gezamenlijk minderjarig zijn.
De man voerde verweer en gaf inzicht in zijn financiële situatie, waaruit bleek dat zijn inkomen begin 2021 bruto €1.474 per maand bedroeg, netto €1.300. De man stelde de behoefte van de kinderen op €390 per kind per maand en zijn maximale draagkracht op €50 per kind per maand. De vrouw betwistte deze cijfers niet en maakte geen gebruik van haar gelegenheid om te reageren op de laatste stukken van de man.
De rechtbank volgde het verweer van de man en stelde de kinderbijdrage vast op €50 per kind per maand met ingang van 21 oktober 2021, de datum van het zelfstandig verzoek van de vrouw. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de kinderbijdrage vast op €50 per kind per maand met ingang van 21 oktober 2021.