Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 4 mei 2022 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Er zijn geen wijzigingen op onze activiteiten ten opzichte van de huidige vergunning.”
6. Geldigheidsduur van de vergunning
7. Goederen die onder de douaneregeling mogen worden geplaatst
10. Economische voorwaarden
“De inspecteur wenste in de besluitvormingsfase namelijk op geen enkele wijze te spreken over de douaneschuld, anders dan over rekenfouten.”,
“De inspecteur dient alle overwegingen en gronden in overweging te nemen bij het opleggen van een douaneschuld, waarbij hij zich er niet van kan afmaken door eerst na te vorderen en pas later na actie van de schuldenaar zich bijvoorbeeld te buigen over de vraag of er niet sprake is van een dubbele heffing.”en
“wil Belanghebbende op een fatsoenlijke wijze zijn recht kunnen uitoefenen, dan zal hij toch minimaal moeten weten waarom de inspecteur bepaalde onlogische standpunten inneemt.”.
De regeling actieve veredeling is een economische douaneregeling en op grond van artikel 211, lid 1, aanhef en onder a, van het DWU is voor het gebruik van een economische douaneregeling een vergunning vereist. Op grond van artikel 211, lid 1, laatste volzin, van het DWU worden de voorwaarden waaronder de betrokken regeling wordt gebruikt in de vergunning vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze bewoordingen dat de voorwaarden worden vermeld in de vergunning.
In de Engelse, Duitse en Franse tekst van artikel 211 van Pro het DWU vindt de rechtbank steun voor de opvatting dat de voorwaarden waaronder de regeling wordt gebruikt in de vergunning worden vastgelegd:
Voor de overschrijdingen is naar het oordeel van de rechtbank een douaneschuld ontstaan op grond van artikel 79, lid 1, aanhef en onder c, van het DWU, omdat de verplichtingen onderscheidenlijk voorwaarden voor de plaatsing van niet-Uniegoederen onder de douaneregeling actieve veredeling niet zijn nageleefd. Eiseres heeft een te grote hoeveelheid niet-Uniegoederen onder deze douaneregeling gebracht. Verweerder heeft de utb van 16 mei 2018 terecht op grond van voormelde artikelen uitgereikt. Het standpunt van eiseres dat de douaneschuld op grond van artikel 77 van Pro het DWU is ontstaan wordt door de rechtbank niet gevolgd.