Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Verweer
5.De beoordeling
vervangende toestemming inschrijving basisschool [basisschool]
6.De beslissing
op basisschool [basisschool] te [plaats] ;
Rechtbank Noord-Holland
De moeder verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming voor de inschrijving van hun minderjarige kind op een specifieke basisschool, omdat zij en de vader hierover geen overeenstemming bereiken. Daarnaast verzoekt zij dat alleen zij met het woord 'mama' wordt aangesproken en dat derden hierop worden gewezen, omdat het gebruik van deze aanspreektitel voor de nieuwe partner van de vader verwarring zou veroorzaken bij het kind.
De vader voert verweer tegen beide verzoeken. Hij heeft een voorkeur voor een andere school en betwist dat de inschrijving op de door de moeder gekozen school nadelig is voor het kind. Tevens ziet hij geen bezwaar in het gebruik van 'mama' voor zijn nieuwe partner, omdat het kind duidelijk weet wie zijn echte moeder is.
De rechtbank oordeelt dat geschillen over de uitvoering van het ouderlijk gezag, waaronder deze kwesties, aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank verleent vervangende toestemming voor inschrijving op de door de moeder gekozen school, omdat dit in het belang van het kind is, onder meer vanwege de veilige route en voorschoolse opvang.
Verder bepaalt de rechtbank dat alleen de moeder met 'mama' wordt aangesproken om verwarring bij het kind te voorkomen en de band met de moeder te beschermen. Ouders worden geadviseerd het kind hierin op een passende wijze te begeleiden. Het verzoek wordt verder afgewezen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor inschrijving op de door de moeder gekozen basisschool en bepaalt exclusief gebruik van de aanspreektitel 'mama' voor de moeder.