Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Betrokkene stelde dat hij had moeten worden staande gehouden, omdat volgens artikel 5 WAHV Pro de boete aan de bestuurder moet worden opgelegd indien zich een reële mogelijkheid tot staandehouding voordoet.
Uit het aanvullend proces-verbaal bleek niet waarom er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, enkel een summiere melding over een spoedinzet van de Mobiele Eenheid. De kantonrechter oordeelde dat dit onvoldoende is om vast te stellen dat staandehouding niet mogelijk was, verwijzend naar een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Daarom werd geconcludeerd dat de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder is opgelegd en het beroep werd gegrond verklaard. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €1.164,75 toegekend, waarbij de kantonrechter een nieuwe systematiek hanteerde voor de waardering van telefonisch horen.
De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van de zekerheidstelling en de proceskosten, waarbij de Staat der Nederlanden als vergoedingsplichtige werd aangewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter B. Voogd en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd wordt vernietigd.