ECLI:NL:RBNHO:2022:447
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring sociale huurwoning na echtscheiding met co-ouderschap
Eiseres, met een licht verstandelijke beperking, diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning na haar scheiding en het samenwonen met haar ex-partner in één woning. Verweerder wees de aanvraag af op grond van twee algemene weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening Wormerland 2020.
Eiseres voerde aan dat het ontbreken van een eigen woning haar geestelijke gezondheid schaadt en het co-ouderschap bemoeilijkt. Zij overhandigde ondersteunende verklaringen van betrokken instanties die de problematiek bevestigen. Verweerder stelde dat de urgentieregeling niet bedoeld is om gezinsverdeling na echtscheiding te faciliteren en dat eiseres een aanzienlijke uitkoopsom heeft die zij voor huisvesting kan gebruiken.
De rechtbank oordeelde dat de situatie op het moment van het bestreden besluit leidend is en dat verweerder beoordelingsruimte heeft. De algemene weigeringsgronden zijn terecht toegepast, aangezien eiseres nog samenwoonde met haar ex-partner en niet voldoende heeft aangetoond dat zij alles heeft gedaan om andere woonruimte te verkrijgen. De schrijnende situatie van eiseres rechtvaardigt geen afwijking van de verordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.