ECLI:NL:RVS:2017:2520
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken acute noodsituatie en zelf veroorzaakte woonproblemen
Appellante, een alleenstaande moeder van vier kinderen, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een urgentieverklaring aan wegens medische en sociale redenen. Het college wees de aanvraag af omdat er geen sprake was van een acute noodsituatie en appellante haar woonprobleem zelf had veroorzaakt door zonder adequate huisvesting naar Amsterdam te verhuizen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het collegebesluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar situatie schrijnend is, met vier kinderen in een kleine kamer, en dat zij lijdt aan diabetes en haar dochter aan astma. Zij stelde dat haar problemen niet door eigen keuzes zijn ontstaan, maar door het beëindigen van een relatie. Ook stelde zij dat de belangen van haar kinderen onvoldoende zijn meegewogen, in strijd met artikel 3 IVRK Pro.
De Afdeling overwoog dat het college terecht het restrictieve beleid hanteert vanwege het grote woningtekort en dat de situatie van appellante niet voldoet aan de criteria voor urgentie. Zij woont immers inwonend bij een ander huishouden, wat volgens de beleidsregels geen urgent huisvestingsprobleem vormt. Ook is haar woonprobleem redelijkerwijs te voorkomen of op te lossen. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de situatie niet zodanig schrijnend is. Ten slotte is geen sprake van schending van artikel 3 IVRK Pro, omdat het college de belangen van de kinderen heeft betrokken en de situatie niet als acute nood is aangemerkt.
De Afdeling bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring omdat geen sprake is van een acute noodsituatie en het woonprobleem zelf is veroorzaakt.