Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
hij op of omstreeks 30 juni 2019 te Alkmaar, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere breuken van het aangezicht en/of een of meerdere breuken van het jukbeen en/of een bloeding tussen het hersenvlies en de schedel en/of een gescheurde lip, heeft toegebracht door die [slachtoffer 1] een of meerdere malen in het gezicht te stompen en/of tegen het gezicht te schoppen/trappen;
hij op of omstreeks 30 juni 2019 te Alkmaar, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] in het gezicht te slaan/stompen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken elleboog ten gevolge heeft gehad.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
hij op 30 juni 2019 te Alkmaar aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere breuken van het aangezicht en meerdere breuken van het jukbeen en een bloeding tussen het hersenvlies en de schedel en een gescheurde lip, heeft toegebracht door die [slachtoffer 1] in het gezicht te stompen en tegen het gezicht te trappen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feitBeroep op noodweer
5.Strafbaarheid van verdachteBeroep op noodweer-exces
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
6 (zes) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
3 (drie) maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 6.115,43 (zesduizend honderdvijftien euro en drieënveertig cent, bestaande uit € 1.315,43 als vergoeding voor de materiële en
€ 6.115,43 (zesduizend honderdvijftien euro en drieënveertig cent)bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 65 (vijfenzestig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.