Eisers zijn eigenaar van een hond die betrokken was bij meerdere bijtincidenten, waaronder een ernstig incident waarbij een meisje van ongeveer zeven jaar verwondingen opliep. De burgemeester legde daarom een aanlijn- en muilkorfgebod op voor onbepaalde tijd, gebaseerd op een bestuurlijke rapportage en gedragstherapeutische adviezen.
Eisers voerden beroep aan tegen dit besluit, stellende dat de incidenten niet aannemelijk waren en dat het gebod disproportioneel is. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen, mede omdat de bestuurlijke rapportage, inclusief politieonderzoek en medische verklaringen, voldoende bewijs levert. De gedragstherapeuten bevestigen dat de hond agressief kan reageren op kinderen en adviseren passende maatregelen.
De rechtbank acht het aanlijn- en muilkorfgebod passend en geboden om de veiligheid van kinderen te waarborgen, en vindt de onbepaalde duur van het gebod niet disproportioneel vanwege de mogelijkheid tot tussentijdse herbeoordeling via een risico-assessment. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.