ECLI:NL:RVS:2018:2448
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester inzake inbeslagname en testen hond na bijtincident
Op 11 september 2017 heeft een Mechelse herder van appellant een kind gebeten, waarna de burgemeester van Roosendaal de hond in beslag nam om te laten testen en eventueel te euthanaseren. Appellant verzette zich tegen dit besluit en voerde aan dat een muilkorf- en kortaanlijngebod, zoals geregeld in de Algemene plaatselijke verordening (Apv), voldoende was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen. De Raad van State stelt echter vast dat de burgemeester niet in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, omdat de Apv een minder ingrijpende maatregel biedt die toereikend is om herhaling te voorkomen.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 23 november 2017 en herroept het besluit van 19 september 2017. Tevens veroordeelt zij de burgemeester tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit tot inbeslagname en testen van de hond wordt vernietigd en herroepen; een minder ingrijpende maatregel is toereikend.