Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
- € 600,00 vermeerderd met de wettelijke rente;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente;
- de proceskosten.
Rechtbank Noord-Holland
Flightright GmbH heeft een vordering ingesteld tegen Finnair Oyj wegens annulering van vlucht AY1302 op 14 juli 2019, waarbij de passagier van Amsterdam via Helsinki naar Hong Kong zou worden vervoerd. Flightright vorderde compensatie conform Verordening (EG) nr. 261/2004, maar Finnair weigerde betaling.
De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Flightright onvoldoende bewijs heeft geleverd van de overdracht van het vorderingsrecht van de passagier, omdat geen kopie van het paspoort werd overgelegd. Dit is vereist volgens jurisprudentie van het Hof Amsterdam. Hierdoor werd Flightright niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
De vervoerder verzocht om integrale proceskostenvergoeding wegens vermeend misbruik van procesrecht, maar de kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van het paspoort niet volstaat voor een dergelijke conclusie. Er was geen bewijs dat Flightright de procedure onrechtmatig had gevoerd. Daarom werd Flightright veroordeeld tot betaling van de proceskosten op basis van het gebruikelijke liquidatietarief van €248,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Flightright wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken bewijs overdracht vorderingsrecht en veroordeeld tot betaling van beperkte proceskosten.