Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2022 in de zaken tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Hoofddorp, verweerder.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de uitspraken op bezwaar betreffende de aanslagen IB/PVV 2015 en IB/PVV 2016 gegrond;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar uitsluitend voor zover deze betrekking hebben op de aanslagen IB/PVV 2015 en IB/PVV 2016 en de daarmee samenhangende beschikkingen belastingrente 2015 en 2016, bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van deze uitspraken op bezwaar en handhaaft deze voor het overige;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2015 tot een berekend naar belastbaar inkomen uit werk en woning van € 27.725 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 7.147 en vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2016 tot een berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 18.641 en een inkomen uit sparen en beleggen van € 8.680 en vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- stelt de dwangsom 2016 vast op € 46;
- gelast verweerder het door eiser betaalde griffierecht tot een bedrag van € 98 te vergoeden.