Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 maart 2022 in de zaak tussen
Stichting [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
2013.201420152016
7.547 13.216 13.631 17.760
2.706 14.303 13.124 24.529
Feiten
Onduidelijke tenaamstelling
Conclusie
Feitelijke activiteiten
- 2014: € 47.500 voor door [bedrijf naam1] (eenmanszaak) en [naam 6] Onderneemt aan de B.V. gefactureerde bedragen;
- 2015: € 94.350 voor door [bedrijf naam1] (eenmanszaak) en
5.8 Gescheiden administratie
Overige opmerkingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade van eiseres tot een bedrag van € 1.364;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de immateriële schade van eiseres tot een bedrag van € 636;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50;
- draagt verweerder op de helft van het door eiseres betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 177 aan eiseres te vergoeden;
- draagt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) op de helft van het door eiseres betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 177 aan eiseres te vergoeden.