ECLI:NL:HR:2006:AT8202
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Beroepsvoetbalclub geen algemeen nut beogende instelling volgens Successiewet
Belanghebbende, een beroepsvoetbalclub, kreeg een aanslag in het recht van successie opgelegd na de nalatenschap van een overledene. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag aanzienlijk verminderd omdat het Hof oordeelde dat belanghebbende een het algemeen nut beogende instelling was. De Staatssecretaris stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad stelde vast dat de maatstaf voor het zijn van een het algemeen nut beogende instelling vereist dat de instelling haar werkzaamheden rechtstreeks richt op het dienen van het algemeen belang, en niet slechts dat het algemeen belang indirect wordt gediend. Het Hof had ten onrechte geoordeeld dat het primaire belang van betaald voetbal gelegen is in het verschaffen van ontspanning aan het publiek, zonder te toetsen of de activiteiten van belanghebbende zelf dit algemeen belang beogen.
De Hoge Raad concludeerde dat de activiteiten van belanghebbende primair gericht zijn op het particuliere belang van de club zelf, namelijk het winnen van wedstrijden en het beter presteren dan andere clubs. Het feit dat het publiek er plezier aan beleeft, maakt de instelling niet tot een het algemeen nut beogende instelling. Daarom werd het beroep van de Staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van het Hof vernietigd en het beroep bij het Hof ongegrond verklaard.
Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 12 mei 2006 door vijf raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de beroepsvoetbalclub geen het algemeen nut beogende instelling is en verklaart het beroep bij het Hof ongegrond.