Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de straf
Er bestaat geen gestructureerd risicotaxatie-instrument voor drugshandel. Vanuit de klinische indruk is de inschatting dat het risico op toekomstig delict gedrag onbehandeld matig verhoogd is. De verdachte is vanuit zijn psychiatrisch toestandsbeeld kwetsbaar en beïnvloedbaar. Hij lijkt zich in enige mate in een antisociaal netwerk te bevinden, waarin hij weinig weerbaar is en er gemakkelijk gebruik van hem kan worden gemaakt. Zijn verslavingsproblematiek versterkt dit probleem, omdat de verdachte beperkte financiële middelen heeft om in zijn verslaving te voorzien en dit hem sterker geneigd zal maken om op risicovolle of illegale wijze snel aan geld te komen. Hoewel hij aangeeft met zijn eerdere vrienden te willen breken, is de vraag in hoeverre hem dat zonder ondersteuning zal lukken. De sterke band die hij met zijn moeder en zus heeft worden als beschermende factoren gezien, zoals ook eigenschappen van de verdachte als empathie en een motivatie voor behandeling, medicatie en toezicht.
- meldplicht bij reclassering (na afspraak);
- ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);
- meewerken aan middelencontrole.
.Daarom wordt gekozen voor een aanzienlijk lagere straf dan in vergelijkbare zaken wordt opgelegd. De rechtbank volgt hiermee het standpunt van de raadsvrouw, met dien verstande dat de rechtbank het onvoorwaardelijk strafdeel bepaalt op negen maanden (februari 2022 tot en met oktober 2022) en op grond van artikel 14a lid 2 Sr de in dit geval maximaal mogelijke gevangenisstraf oplegt. Vanwege de ernst van het feit kan daarvan niet worden afgezien.
7.Beslag
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 36b, 36c van het Wetboek van Strafrecht.
- 2 en 10 van de Opiumwet.
9.Beslissing
33 (drieëndertig) maanden.
24 (vierentwintig) maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 3 (drie) jaren.
- de veroordeelde zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- de veroordeelde zich laat behandelen door Fivoor forensische polikliniek (ambulant centrum)/Fivoor forensisch FACT-team of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
- de veroordeelde meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
- 1 bruine stoffen rolkoffer van het merk RR;
- 1 zwarte stoffen rolkoffer van het merk RR;
- Verpakkingsmateriaal.