Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:8144

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 september 2022
Publicatiedatum
12 september 2022
Zaaknummer
10067780 CV EXPL 22-5036
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering inbreuk persoonlijkheidsrecht foto en toewijzing schadevergoeding

De eiser heeft de gedaagde gedagvaard wegens onrechtmatig gebruik van een foto waarop de eiser auteursrechtelijke aanspraken maakt. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter beoordeelde de vordering tot betaling van € 1.005,00 wegens vermeende verminking van de foto als onvoldoende onderbouwd, omdat niet duidelijk werd gemaakt op welke wijze de foto zou zijn verminkt. De enkele vergelijking van de gepubliceerde foto’s was onvoldoende bewijs.

De eiser vorderde daarnaast tweemaal € 2.010,00 schadevergoeding gebaseerd op tarieven van Stichting BeeldAnoniem, maar deze tarieven waren niet overeengekomen en onvoldoende onderbouwd als uitgangspunt voor schadevaststelling. De rechter stelde de schade daarom schattenderwijs vast op € 1.000,00.

Verder werden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen conform wettelijke regels. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van in totaal € 1.181,50 plus rente en proceskosten. De overige vorderingen werden afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.181,50 plus rente en proceskosten wegens onrechtmatig gebruik van foto; overige vorderingen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10067780 CV EXPL 22-5036 /
Uitspraakdatum: 14 september 2022

Verstekvonnis in de zaak van:

[eiser]

te [plaats]
de eisende partij
gemachtigde: Nova Legal B.V.
tegen

de besloten vennootschap LocalToureo B.V.

te Hoofddorp
de gedaagde partij
niet verschenen

De procedure

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

De beoordeling

De vordering tot betaling van € 1.005,00 voor het ‘verminken’ van de foto zal worden afgewezen nu zonder verdere toelichting niet duidelijk is op welke wijze de foto zou zijn verminkt. De enkele verwijzing naar de gepubliceerde foto onder productie 2 van de dagvaarding en de afbeelding van het werk van de eisende partij onder productie 3 van de dagvaarding is hiertoe onvoldoende, aangezien deze foto’s naar het oordeel van de kantonrechter vrijwel identiek zijn.
Daarnaast vordert de eisende partij tweemaal een bedrag van € 2.010,00 aan schadevergoeding voor het onrechtmatige gebruik van de foto van de eisende partij. Voor de hoogte van de vordering heeft de eisende partij aansluiting gezocht bij de tarieven van Stichting BeeldAnoniem. Deze tarieven zijn echter niet tussen partijen overeengekomen, zodat deze geen rechtstreekse grondslag voor de vordering kunnen vormen. Ook heeft de eisende partij onvoldoende onderbouwd waarom deze tarieven een gerechtvaardigd uitgangspunt zijn voor de vaststelling van de schade. De eisende partij heeft daarnaast onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd om de schade concreet te kunnen begroten. De kantonrechter volgt de eisende partij echter wel in zijn stelling dat hij door het onrechtmatige gebruik van de foto schade heeft geleden. De kantonrechter zal de schade daarom, bij gebrek aan aanknopingspunten, inschatten op € 1.000,00.
Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe de gedaagde partij zal worden veroordeeld.
De wettelijke rente zal over de hoofdsom zal worden toegewezen vanaf de datum van verzuim, te weten 17 maart 2022.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is eveneens toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat de eisende partij in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken en gesteld noch gebleken is dat dit ook al vanaf een eerdere datum kon.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 124,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.

De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.181,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.000,00 vanaf 17 maart 2022 en over € 181,50 vanaf 17 augustus 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 131,18 wegens dagvaardingskosten,
€ 244,00 wegens griffierecht en
€ 311,00 wegens salaris gemachtigde en veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 124,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter