ECLI:NL:RBNHO:2022:9027
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting WIA-uitkering ondanks toegenomen beperkingen
Eiser, voormalig filiaalmanager, ontving een WIA-uitkering die na herbeoordeling werd vastgesteld op 43,63%. Na melding van toegenomen klachten in 2019 stelde de verzekeringsarts een lagere mate van arbeidsongeschiktheid vast, wat leidde tot beëindiging van de uitkering. Na bezwaar werd de uitkering ongewijzigd voortgezet op 35,11% arbeidsongeschiktheid.
Eiser betwistte de juistheid van deze vaststelling en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met zijn klachten, waaronder artrose en psychische aandoeningen. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek, en dat de medische conclusies juist waren.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat het toetsingskader onjuist was toegepast en dat het duiden van nieuwe passende functies per maart 2022 niet passend zou zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de voortzetting van de WIA-uitkering op het vastgestelde percentage bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot voortzetting van zijn WIA-uitkering op 35,11% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.