ECLI:NL:RBNHO:2022:9116

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 september 2022
Publicatiedatum
14 oktober 2022
Zaaknummer
9970980 CV 22-2403
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van naleving informatieverplichtingen bij online overeenkomst

De eisende partij, Intrum Nederland B.V., vordert betaling van een openstaande factuur van de gedaagde partij die een overeenkomst sloot met Vattenfall Sales Nederland N.V. voor levering van elektriciteit en gas. De gedaagde partij is in gebreke gebleven met betaling en is meerdere malen aangeschreven. De eisende partij stelt dat zij de vordering heeft verkregen door cessie van Vattenfall en dat is voldaan aan de wettelijke informatieverplichtingen uit artikel 6:230m lid 1 en artikel 6:230v BW.

De eisende partij heeft ter onderbouwing screenshots van het bestelproces van www.vattenfall.nl overgelegd. De rechtbank oordeelt echter dat deze screenshots niet relevant zijn voor het bestelproces dat gold ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met NUON, de rechtsvoorganger van Vattenfall. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de eisende partij de gedaagde partij op alle essentiële informatie heeft gewezen.

De rechtbank stelt dat de eisende partij hiermee in strijd heeft gehandeld met artikel 21 Rv Pro, de stelplicht, en verbindt hieraan de sanctie van afwijzing van de vordering. Tevens overweegt de rechtbank dat zelfs als het bestelproces gelijk zou zijn, de tekst op de bestelknop niet duidelijk maakt dat de consument een betalingsverplichting aangaat, wat leidt tot vernietigbaarheid van de overeenkomst voor zover het de betalingsverplichting betreft.

De eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld voor de gedaagde partij.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van naleving van informatieverplichtingen bij het sluiten van de overeenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 9970980 \ CV EXPL 22-2403
Uitspraakdatum: 29 september 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Intrum Nederland B.V., voorheen genaamd
Lindorff B.V., rechtsopvolgster van
Vattenfall Sales Nederland N.V., voorheen genaamd
Nuon Sales Nederland N.V.
gevestigd te Amersfoort
de eisende partij
gemachtigde: gerechtsdeurwaarders J. Schutte en M.C. Dirks
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats], gemeente [gemeente]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij stelt in de dagvaarding dat de gedaagde partij online een overeenkomst heeft gesloten met Vattenfall Sales Nederland N.V. voorheen Nuon Sales Nederland N.V. (hierna te noemen: Vattenfall) ten aanzien van de levering van elektriciteit en gas aan het opgegeven leveringsadres van de gedaagde partij. De gedaagde partij heeft de betalingstermijn van minstens één factuur laten verstrijken. Vattenfall heeft de gedaagde partij meerdere malen aangeschreven. Vattenfall heeft haar vordering op de gedaagde partij gecedeerd aan de eisende partij, aldus de eisende partij. De eisende partij stelt verder dat is voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 6:230m lid 1 en artikel 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.2.
De eisende partij heeft bij haar toelichting op het bestelproces gebruik gemaakt van screenshots van www.vattenfall.nl. De overeenkomst is echter gesloten met NUON voor 7 oktober 2019, voordat NUON haar bedrijfsactiviteiten in Nederland voortzette onder de handelsnaam Vattenfall. Hoewel het mogelijk is dat het bestelproces in de jaren tussen het sluiten van de overeenkomst met NUON en de afdrukken van de overgelegde screenshots van Vattenfall onveranderd is gebleven, kunnen screenshots van een klaarblijkelijk ander bestelproces dan het onderhavige niet dienen ter onderbouwing van de stelling dat de eisende partij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde vereisten. Het is voor de kantonrechter niet te verifiëren dat NUON daadwerkelijk een gelijk bestelproces hanteert als Vattenfall, zoals de eisende partij stelt. Zodoende is niet na te gaan of de eisende partij de gedaagde partij op alle essentiële informatie heeft gewezen tijdens het sluiten van de overeenkomst.
2.3.
Hiermee heeft de eisende partij in strijd gehandeld met artikel 21 Rv Pro, waarin is bepaald dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Indien deze verplichting niet wordt nageleefd, kan de kantonrechter hieraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht. De kantonrechter acht in dit geval afwijzing van de vordering een passende sanctie.
2.4.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog het volgende. Als de bestelknop in het bestelproces bij NUON gelijk zou luiden aan de bestelknop bij Vattenfall, zou de vordering ook worden afgewezen. Immers, om te beoordelen of de handelaar aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW heeft voldaan, moet alleen rekening worden gehouden met de woorden op de bestelknop waarmee de consument het bestelproces afrondt. Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 april 2022 (ECLI:EU:C:2022:269). Op de bestelknop staan de woorden “
Aanvraag versturen”. Daarmee is geen duidelijke mededeling gedaan dat de consument met het aanklikken van die knop een betalingsverplichting aangaat. Er is dan ook niet voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Als gevolg daarvan is de overeenkomst vernietigbaar, en wel voor wat betreft de betalingsverplichting van de gedaagde partij.
2.5.
De eisende partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter