Eiseres werkte als medewerker entkamer/plantlaboratoriummedewerker en werd door het UWV per 17 januari 2021 geschikt geacht voor haar eigen arbeid, waardoor haar Ziektewetuitkering werd beëindigd. Eiseres voerde aan dat zij vanwege aandrang- en stressincontinentie niet geschikt is voor haar functie, omdat zij frequent en direct gebruik moet kunnen maken van het toilet, wat niet is meegenomen in de beoordeling.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres haar eigen arbeid kan verrichten ondanks haar incontinentieklachten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geen nader onderzoek gedaan naar de praktische gevolgen van frequent toiletbezoek binnen de functie, terwijl de uroloog van eiseres dit noodzakelijk acht.
Daarnaast had het UWV een arbeidsdeskundig onderzoek moeten laten verrichten om te beoordelen of het frequent toiletbezoek verenigbaar is met de werkplek en de prestatie-eisen, wat niet is gebeurd. De rechtbank vernietigt daarom het besluit en draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank wijst het beroep toe en veroordeelt het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.