Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
Rechtbank Noord-Holland
Deze civiele zaak draait om de vraag of tussen Keep Smiling c.s. en Envinity Group c.s. een samenwerkingsovereenkomst, joint venture of vennootschap onder firma (vof) tot stand is gekomen. Keep Smiling c.s. vorderden onder meer een verklaring voor recht dat een dergelijke overeenkomst bestond en dat Envinity Group c.s. onrechtmatig tekort zijn geschoten in de nakoming daarvan.
De rechtbank oordeelde dat de vorderingen onvoldoende concreet waren gespecificeerd, met name omdat de essentialia van de overeenkomst niet duidelijk waren omschreven. Bovendien kon het bestaan van een vof niet worden aangenomen omdat een vereiste akte ontbrak en Envinity Group c.s. dit betwistten. De stellingen van Keep Smiling c.s. over een samenwerkingsovereenkomst werden eveneens niet voldoende onderbouwd.
Ook het verweer dat de onderhandelingen onrechtmatig waren afgebroken werd verworpen. De rechtbank stelde vast dat de onderhandelingen formeel op 26 mei 2021 werden afgebroken, maar dat er geen sprake was van een vergevorderd stadium waarin gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat de samenwerking zou worden aangegaan.
De vordering tot betaling van een factuur door Envinity-VFA werd afgewezen omdat het een pro-forma factuur betrof die niet betaald zou worden. De rechtbank veroordeelde Keep Smiling c.s. in de proceskosten aan de zijde van Envinity Group c.s. en Envinity-VFA.
Uitkomst: De rechtbank wijst alle vorderingen van Keep Smiling c.s. af wegens het ontbreken van een samenwerkingsovereenkomst en het niet onrechtmatig afbreken van onderhandelingen.