ECLI:NL:RBNHO:2023:10077
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overeenkomst teambuilding personeelsweekend kwalificeert als pakketreisovereenkomst
In deze zaak stond centraal de kwalificatie van een overeenkomst tussen een rechtspersoon en een organisator over een teambuilding personeelsweekend. De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst een pakketreisovereenkomst betreft, omdat deze ten minste twee verschillende reisdiensten omvat, namelijk accommodatie en toeristische groepsactiviteiten, die samen een essentieel kenmerk van de reis vormen.
De klant, een rechtspersoon, werd als reiziger aangemerkt, aangezien zij speciaal voor het personeelsweekend de pakketreisovereenkomst sloot voor haar personeelsleden. De organisator werd als handelaar beschouwd, omdat zij de reis samenstelde en aanbood. De overeenkomst werd door corona en onbeschikbaarheid van de accommodatie gewijzigd, waarbij de organisator een alternatieve locatie voorstelde.
De kantonrechter stelde vast dat deze wijziging ingrijpend was, omdat de accommodatie een van de voornaamste kenmerken van de reis is. Hierdoor kon de klant de overeenkomst binnen een redelijke termijn kosteloos beëindigen. Omdat de organisator haar informatieplicht niet nakwam, kon zij niet tegenwerpen dat de klant niet direct had gereageerd. De vordering tot terugbetaling van de aanbetaling en bijkomende kosten werd daarom toegewezen.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegekend, evenals proceskosten. De kantonrechter wees de vordering voor het overige af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst een pakketreisovereenkomst is en veroordeelt de organisator tot terugbetaling van de aanbetaling en bijkomende kosten aan de klant.