De rechtbank Noord-Holland behandelde op 20 oktober 2023 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €881.813,16 van de betrokkene. Deze vordering was gebaseerd op een strafzaak waarin de betrokkene was gedagvaard wegens medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen.
Tijdens de zittingen op 12, 14 en 18 september 2023 werden de raadsman van de betrokkene en de officier van justitie gehoord. De rechtbank nam kennis van het strafdossier en sloot het onderzoek op 6 oktober 2023. Op 20 oktober 2023 sprak de rechtbank de betrokkene vrij van de tenlastelegging.
Op grond van artikel 36e Sr kan ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel alleen worden opgelegd aan personen die veroordeeld zijn voor een strafbaar feit. De Hoge Raad heeft bevestigd dat het ontbreken van een veroordeling de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering uitsluit. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.