ECLI:NL:RBNHO:2023:10433

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 september 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
15-024321-23 rekestnummer 23-006555
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schadevergoeding na beleidssepot verduistering in dienstbetrekking

De verzoekster werd verdacht van verduistering in dienstbetrekking bij HMS Host op Schiphol en is op 18 maart 2022 verhoord door de Koninklijke Marechaussee. Na onderzoek en een deels bekennende verklaring besloot het Openbaar Ministerie de zaak niet verder te vervolgen vanwege persoonlijke omstandigheden en het feit dat zij al was ontslagen. Dit besluit is onherroepelijk geworden.

De verzoekster diende op 23 februari 2023 een verzoek in tot vergoeding van kosten rechtsbijstand, reiskosten en kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift, in totaal € 2.402,97. De rechtbank behandelde het verzoek op 6 september 2023 in openbare raadkamer, waarbij de verzoekster niet aanwezig was.

De rechtbank oordeelde dat hoewel een vergoeding mogelijk is bij een sepot, dit alleen geldt indien er billijkheidsoverwegingen zijn en de kosten niet aan het eigen gedrag van de verdachte zijn toe te rekenen. Uit het onderzoek bleek dat de verzoekster producten buiten de kassa om verkocht en dit erkende. De rechtbank concludeerde dat de kosten voor rechtsbijstand aan haar eigen gedrag zijn toe te rekenen en wees het verzoek daarom af, inclusief de kosten voor het indienen van het verzoek.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het gerechtshof binnen een maand na betekening.

Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de kosten aan het gedrag van de gewezen verdachte zijn toe te rekenen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Alkmaar
parketnummer : 15-024321-23
raadkamernummer : 23-006555
datum : 13 september 2023
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster]
,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. I.J.G. van Raab van Canstein,
advocaat te Amsterdam, (Postbus 11561, 1001 GN),
hierna te noemen: de verzoekster.

1.Feiten

1.1.
De verzoekster is aangemerkt als verdachte op verdenking van – kort gezegd – verduistering (in dienstbetrekking) en op 18 maart 2022 als verdachte door de Koninklijke Marechaussee verhoord. De officier van justitie heeft beslist de verzoekster niet verder te vervolgen omdat zij door het feit of de gevolgen ervan vis getroffen en heeft dat bij brief van 25 januari 2023 aan de verzoekster meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden.

2.Procedure

2.1.
Het verzoekschrift is op 23 februari 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
2.2.
De rechtbank heeft op 6 september 2023 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft de advocaat van verzoekster, mr. I.J.G. van Raab van Canstein en de officier van justitie op zitting gehoord. De verzoekster is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

3.Verzoek

3.1.
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 2.402,97:
- € 1.992,27 wegens kosten rechtsbijstand;
- € 36,22 wegens reiskosten verzoekster;
- € 680,00 wegens opstelling en indiening van het verzoekschrift.

4.Standpunt van het Openbaar Ministerie

4.1.
De officier van justitie verzet zich tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding. Het gaat om verduistering in dienstbetrekking. Er is eerst een particulier onderzoek geweest en daarna is het onderzoek overgenomen door de KMAR. Verzoekster heeft een deels bekennende verklaring afgelegd.
Er is sprake van een beleidssepot. Er was voldoende bewijs voor de beschuldiging, maar er waren andere omstandigheden om niet tot vervolging over te gaan. Verzoekster was al ontslagen. Het strafbaar handelen ko echter wel bewezen worden.

5.Beoordeling

5.1.
De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.
5.2.
Aan de gewezen verdachte kan een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman. Een vergoeding voor deze kosten kan ook worden toegekend als de zaak eindigt met een sepot. De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
5.3.
Het gerechtshof Amsterdam heeft onder meer in zijn beschikking van 10 augustus 2021 (GHAMS:2021:2442) overwogen dat de enkele omstandigheid dat sprake is van een beleidssepot niet zonder meer betekent dat per definitie gronden van billijkheid ontbreken. Ook deze rechtbank heeft eerder (RBNHO:2020:3371) overwogen dat de code van een sepot niet leidend hoeft te zijn voor het antwoord op de vraag of het billijk is dat kosten aan de gewezen verdachte worden vergoed. Waar het om gaat is de vraag of de gewezen verdachte de gemaakte kosten aan zijn eigen houding of gedrag heeft te wijten.
5.4.
Deze zaak betreft de beschuldiging dat verzoekster en twee van haar collega’s bij HMS Host op Schiphol producten “buiten de kassa om” hebben verkocht. HMS Host heeft een onderzoeksbureau ingeschakeld dat via ‘mystery guests’ ter plaatse onderzoek heeft gedaan. Daarbij is geconstateerd dat onder meer verzoekster producten niet via de kassa heeft afgerekend. Uit het onderzoeksverslag volgt dat de drie betrokken medewerksters zijn geïnterviewd door het onderzoeksbureau en de verweten handelwijze hebben erkend, waarna het dienstverband met deze medewerksters is beëindigd.
Na aangifte door HMS Host is verzoekster ook door de KMAR gehoord. In dat verhoor erkende verzoekster onder meer dat zij wel eens door klanten betaald geld aan haar collega’s afgaf om het later in de kassa af te handelen. Ook verklaarde zij soms ten onrechte foutbonnen te hebben opgemaakt.
5.5.
De officier van justitie heeft bij de beslissing niet over te gaan tot vervolging, maar de zaak te seponeren, de persoonlijke omstandigheden van verzoekster meegewogen. Daar mag verzoekster tevreden mee zijn.
Onder de hiervoor omschreven omstandigheden is de rechtbank echter van oordeel dat de kosten van rechtskundige bijstand voor rekening van verzoekster dienen te blijven; zij heeft deze kosten aan haar eigen gedrag te wijten.
5.6.
De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen. Gelet op die beslissing bestaat ook geen aanleiding tot vergoeding van de kosten van het opstellen, indienen en ter zitting behandelen van het verzoekschrift.

6.Beslissing

6.1.
Wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.