Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
ietstegen zijn hoofd gezet kreeg en dat hierbij bedreigingen zijn geuit. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat er met de woorden
"hier is een pistool”en
“anders schiet ik je dood"is gedreigd. Woordelijk dreigen met verschilt van feitelijk dreigen met een pistool. Dat getuigen geen wapen hebben gezien, doet, dan ook niet ter zake. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen reden om te twijfelen aan de verklaring van het slachtoffer en acht die bruikbaar voor het bewijs.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
De reclassering adviseert bij een veroordeling om geen bijzondere voorwaarden te stellen. De verdachte lijkt een stabiel leven te hebben en uit de OXREC (Oxford Risk of Recidivism tool) is gebleken dat het risico op recidive laag is.
7.Vordering benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
zesendertig (36) maanden.
€ 9.842,53,bestaande uit € 4.842,53 als vergoeding voor de materiële en € 5.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 9.842,53, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 84 dagen indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.