Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Winst uit onderneming € 7.591
- Eigenwoningforfait € 884 +
- Aftrek in verband met geen of geringe eigenwoningschuld
- Box 1 inkomen € 7.591
- Bank- en spaartegoeden € 19.450
- Overige vorderingen en contant geld € 11.469
- Overige bezittingen € 154.016
Geschil6. In geschil is de hoogte van de in 2018 door eiseres verschuldigde belasting over de grondslag sparen en beleggen (box 3). Meer in het bijzonder is in geschil of de vermogensrendementsheffing in strijd is met artikel 14 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM (artikel 1 van Pro het EP) en of er sprake is van een individuele en buitensporige last.
Kamerstukken II1998/99, 26727, nr. 3).
Artikel 3 Berekening Pro voordeel uit sparen en beleggen
Artikel 7 Inwerkingtreding Pro
Staatsbladwaarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.”
Kamerstukken II2022/23, 36203, nr. 3, p. 7-8 is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld: