ECLI:NL:RBNHO:2023:11649

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 februari 2023
Publicatiedatum
17 november 2023
Zaaknummer
10631336 WM VERZ 23-1119
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens ten onrechte opgelegde verkeersboete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter. Op de zitting verscheen alleen de officier van justitie, de gemachtigde van betrokkene was afwezig.

De kantonrechter overwoog dat de overtreding was geconstateerd vanuit een voertuig zonder stopmiddelen, waardoor betrokkene niet staande is gehouden. Volgens artikel 5 WAHV Pro moet een ambtenaar de bestuurder staande houden om diens identiteit vast te stellen, tenzij dit niet mogelijk is. De reden van de ambtenaar dat er geen stopmiddelen waren, was onvoldoende om te concluderen dat staandehouding onmogelijk was. Er was onduidelijkheid of de ambtenaar in een dienst- of privévoertuig reed.

De sanctie aan de kentekenhouder was daarom onterecht opgelegd. De beschikking werd vernietigd en de officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €866,25 aan betrokkene. Tevens moet het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling betaalde worden terugbetaald. De uitspraak is gedaan door kantonrechter E. Kanninga-Jonker.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van artikel 5 WAHV.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10239458 \ WM VERZ 22-2332
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 6 februari 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde], Verkeersboete.nl.

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 januari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift kort samengevat aangevoerd dat ten onrechte niet is staande gehouden. Dat de verbalisant in een voertuig reed dat niet is voorzien van stopmiddelen is op zichzelf geen reden om af te zien van staandehouding. Onduidelijk is of verbalisant in een dienstvoertuig of privévoertuig reed. De beschikking dient te worden vernietigd.
Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. In het zaakoverzicht staat als reden dat niet is staande gehouden vermeld:
"de overtreding werd geconstateerd vanuit een voertuig dat niet was voorzien van stoptransparanten."
In het geval kan worden vastgesteld dat de ambtenaar geen stopmiddelen in zijn voertuig voorhanden heeft, zijn er in het kader van de beoordeling van de vraag of staandehouding mogelijk is, andere omstandigheden relevant. Bijvoorbeeld, of de ambtenaar al dan niet in een herkenbaar politievoertuig reed. Informatie op dat punt is niet voorhanden.
Gelet op het vorenstaande is de door de ambtenaar gegeven reden onvoldoende voor de conclusie dat zich in dit geval geen reële mogelijkheid heeft voorgedaan om de identiteit van de bestuurder van het voertuig vast stellen. Het moet er daarom voor worden gehouden dat ten onrechte toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 5 Wahv Pro door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt de kantonrechter de consequentie dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd, moet worden vernietigd.
De kantonrechter ziet aanleiding om de officier van justitie te veroordelen in de proceskosten van betrokkene. De vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair bepaald per proceshandeling.
De gemachtigde heeft een beroepschrift bij de officier van justitie ingediend en is door de officier van justitie gehoord. De gemachtigde heeft een beroepschrift bij de kantonrechter ingediend. Per proceshandeling wordt 1 punt toegekend, behalve voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie. Hiervoor wordt een halve punt toegekend (ECLI:NL:GHARL:2022:280). De waarde van een procespunt voor de fase van het administratief beroep is € 597,00 (gewijzigd per 1 januari 2023). De waarde van een procespunt voor de fase van het beroep is € 837,00 (gewijzigd per 1 januari 2023). Aangezien de aard van de procedure licht is zal een wegingsfactor van 0,5 worden toegepast. De kantonrechter komt derhalve tot de slotsom dat de proceskostenvergoeding moet worden vastgesteld op een bedrag van € 866,25.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 866,25 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat het bedrag van € 866,25 aan de gemachtigde zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: