Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2023 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Zandvoort, verweerder.
Procesverloop
21 november 2023. Van een bijzondere omstandigheid die verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigt is geen sprake. Dit betekent dat de voor de procedure in eerste aanleg in aanmerking te nemen termijn afgerond 2 jaar en negen maanden bedraagt. De redelijke termijn is daarom overschreden met (afgerond) negen maanden. Daarmee correspondeert een vergoeding van immateriële schade van € 1.000. De overschrijding is geheel aan de bezwaarfase toe te rekenen, gelet op de dagtekening van de uitspraak op bezwaar
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op bezwaar;
- verklaart het beroep voor het overige gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak tot € 500.000;
- vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen tot een aanslag berekend naar een waarde van € 500.000;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.394,26;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden.