Eiseres was werkzaam als naval architect en viel op 12 april 2019 uit wegens diverse klachten. Het UWV stelde aanvankelijk dat zij 34,55% arbeidsongeschikt was, wat geen recht op WIA-uitkering gaf. Na bezwaar werd dit aangepast naar 35,66% arbeidsongeschiktheid, waarop eiseres beroep instelde.
De rechtbank beoordeelde de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die zorgvuldig waren opgesteld en rekening hielden met de medische situatie van eiseres, waaronder endometriose, Ehlers-Danlos syndroom en ME/CVS. De rechtbank oordeelde dat de beperkingen en de geduide functies juist waren vastgesteld en dat de door eiseres aangevoerde aanvullende klachten onvoldoende aanleiding gaven tot een andere beoordeling.
Ook de stelling dat eiseres niet met machines kan werken en een urenbeperking nodig heeft, werd niet gevolgd omdat deze beperkingen reeds passend in de functionele mogelijkhedenlijst waren meegenomen en onvoldoende onderbouwd waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het oorspronkelijke besluit van het UWV in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.