ECLI:NL:RBNHO:2023:11947
Rechtbank Noord-Holland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen lasten onder dwangsom voor agrarische opslag op Texelse percelen
Verzoekers, vennoten van een akkerbouwbedrijf op Texel, kregen drie lasten onder dwangsom opgelegd wegens vermeende overtreding van het bestemmingsplan door opslag van agrarische producten en het aanleggen van verharding zonder vergunning. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening tegen deze besluiten.
De rechter constateerde onzekerheid over de uitleg van artikel 6.4.4 van het bestemmingsplan, met name of tijdelijke opslag van verschillende agrarische producten op verschillende momenten binnen zes maanden is toegestaan. Ook bleek uit controlerapporten niet duidelijk dat de opslag langer dan zes maanden aaneengesloten plaatsvond. Daarnaast ontbrak in het besluit een toetsing aan de mogelijkheid tot vergunningverlening voor de aangelegde verharding en grondophoging.
Na belangenafweging oordeelde de voorzieningenrechter dat het belang van verzoekers om de opslag van stro en bietenoogst op de verharding te laten liggen zwaarder weegt dan het belang van de gemeente bij onmiddellijke handhaving. De bestreden besluiten werden geschorst tot twee weken na verzending van besluiten op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers.
De uitspraak is mondeling gedaan op 6 november 2023 en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst de lasten onder dwangsom tot twee weken na verzending van besluiten op bezwaar.