De rechtbank Noord-Holland heeft op 8 november 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer om zijn kinderen uit te schrijven uit de basisregistratie personen (BRP) naar Rusland.
Verweerder had het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het bezwaar te laat waren ingediend. Eiser had de gronden echter op 8 augustus 2022 ingediend, terwijl de termijn volgens verweerder op 6 augustus 2022 was verstreken. Eiser stelde dat de Algemene termijnenwet (Atw) van toepassing was, waardoor de termijn werd verlengd tot de eerstvolgende werkdag, 8 augustus 2022.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk had mogen verklaren omdat de Atw analoog van toepassing is op de termijn voor het indienen van de bezwaarschriftgronden. Bovendien was de bezwaarprocedure coulant verlopen. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen het bezwaar inhoudelijk te behandelen. Eiser werd vrijgesteld van griffierecht en kreeg een vergoeding van proceskosten toegekend.