ECLI:NL:RBNHO:2023:12023
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom wegens overtreding artikel 2:74 APV Purmerend
Eiser maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom die de burgemeester van Purmerend aan hem had opgelegd op grond van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Deze last werd opgelegd na een politiecontrole waarbij in de auto van eiser aanzienlijke hoeveelheden soft- en harddrugs, contant geld, een weegschaal, pepperspray en een alarmpistool werden aangetroffen. Eiser voerde aan dat hij geen kennelijk doel had om drugs te verhandelen en dat de term 'kennelijk doel' in de APV onvoldoende duidelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de term 'kennelijk doel' voldoende duidelijk is en dat de bestuurlijke rapportage voldoende aanwijzingen bevat dat eiser zich bezighield met drugshandel. De aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs, contant geld en andere middelen in combinatie met de locatie in een wijk met drugsoverlast, rechtvaardigt het opleggen van de last onder dwangsom. De door eiser aangevoerde persoonlijke omstandigheden en betwistingen werden niet aannemelijk geacht.
Verder oordeelde de rechtbank dat de last onder dwangsom niet in strijd is met het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel. De hoogte van de dwangsom (€5.000 per overtreding, maximaal €20.000) is proportioneel en in lijn met het doel om herhaling te voorkomen. Eiser kreeg het beroep ongegrond verklaard en het griffierecht niet terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2:74 APV wordt ongegrond verklaard.