ECLI:NL:RBNHO:2023:12440
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij WOZ-beschikking aan huurder
Eiseres, huurder van een tussenwoning, maakte beroep tegen een WOZ-beschikking waarin de waarde van de woning voor 2022 was vastgesteld op €178.000. De heffingsambtenaar had het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De rechtbank stelde vast dat eiseres belanghebbende is, maar dat dit niet automatisch betekent dat zij ook procesbelang heeft.
De rechtbank overwoog dat procesbelang ontbreekt wanneer het instellen van beroep de partij niet in een gunstigere positie kan brengen ten opzichte van het bestreden besluit. In zaken waar de WOZ-beschikking aan een huurder is gericht, moet aan de hand van feiten worden beoordeeld of het beroep zinvol is, bijvoorbeeld als de WOZ-waarde wordt gebruikt als maatstaf voor lokale belastingen.
Eiseres had niet gesteld dat de WOZ-waarde werd gebruikt voor heffingen zoals riool- of afvalstoffenheffing, noch dat een lagere WOZ-waarde tot huurverlaging zou leiden. Daarom ontbrak een concreet procesbelang. De rechtbank kwam daardoor niet toe aan inhoudelijke beoordeling en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een concreet procesbelang.