Op 5 februari 2019 werd verdachte bij een douanecontrole op Schiphol aangetroffen met contant geld van 13.445 euro, terwijl hij aanvankelijk verklaarde slechts 9.000 euro bij zich te hebben. Daarnaast werden luxe merkartikelen en twee horloges in zijn bagage gevonden, evenals een Volkswagen Golf die contant was betaald. Er waren geen legale inkomsten of vermogen die deze bezittingen konden verklaren.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte deze voorwerpen, met een totale waarde van meer dan 50.000 euro, had verworven en in bezit had terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze uit enig misdrijf afkomstig waren. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk geen aangifte deed bij de douane van het contante geld boven de 10.000 euro.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden, gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, en verklaarde de inbeslaggenomen goederen verbeurd. De rechtbank oordeelde dat een taakstraf niet passend was gezien de ernst van de feiten en de omvang van het witgewassen vermogen.
De uitspraak werd gewezen door een meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland op 21 september 2023.