ECLI:NL:RBNHO:2023:12515
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering intrekking bepaling Rechtspositiebesluit
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar verzoek om intrekking van artikel 3.3.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Dit verzoek is gedaan nadat haar bezwaar tegen de afwijzing niet-ontvankelijk was verklaard.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang dat onmiddellijke voorziening rechtvaardigt. Ondanks de stelling van verzoekster dat zij al tien jaar strijd voert en in een bestuurlijke en financiële noodsituatie verkeert, heeft zij onvoldoende onderbouwing en bewijs geleverd om dit spoedeisend belang aannemelijk te maken.
Daarnaast kan de voorzieningenrechter de inhoudelijke rechtmatigheid van het Rechtspositiebesluit niet toetsen, omdat dit een algemeen verbindend voorschrift betreft waartegen geen rechtsmiddel openstaat. De voorzieningenrechter ziet daarom geen grond om vooruitlopend op de uitkomst van het beroep een voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en niet-toetsbaarheid van het Rechtspositiebesluit.