Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
nietzijn veroorzaakt door de sokken van [slachtoffer A] , [slachtoffer B] en [getuige 1] . Gelet op de onderzoeksresultaten, binnen de gesloten set van hypothesen (namelijk dat een van voornoemde vier mannen de afdruksporen heeft veroorzaakt), wordt in het rapport geconcludeerd dat de afdruksporen zijn veroorzaakt door de sokken die de verdachte die avond droeg. De rechtbank stelt op grond van de verklaringen van de verdachte, [slachtoffer B] en [getuige 1] vast dat die avond geen andere personen in de woning van verdachte aanwezig waren. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de sokken van de verdachte de (met bloed gezette) voetsporen hebben veroorzaakt.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
nietheeft willen onderbrengen onder de werking van genoemd artikel 39 Sr Pro.
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
(€ 20.000,-) en shockschade (€ 20.000,-) gevorderd, die zij als gevolg van het in zaak A onder 1 tenlastegelegde zouden hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente.
(€ 20.000,-) gevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente. Uit de toelichting op de vordering blijkt dat de benadeelde partij in het mortuarium is geconfronteerd met het lichaam van haar overleden broer die door steekverwondingen om het leven is gebracht. De benadeelde partij stelt als gevolg van deze confrontatie shockschade te hebben opgelopen.
[vader vam slachtoffer A] (vader van [slachtoffer A] ), [moeder van slachtoffer A] (moeder van [slachtoffer A] ) en [slachtoffer B] de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen, als extra waarborg voor betaling.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
negen (9) jaren en zes (6) maanden.
[vader vam slachtoffer A]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000,-, als vergoeding voor affectieschade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [vader vam slachtoffer A] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[moeder van slachtoffer A]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000,-, als vergoeding voor affectieschade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [moeder van slachtoffer A] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 47.703,-, bestaande uit € 20.000,- als vergoeding voor immateriële schade en € 27.703,- als vergoeding voor materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer B] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.