ECLI:NL:RBNHO:2023:13850

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 december 2023
Publicatiedatum
17 januari 2024
Zaaknummer
10674859 \ CV EXPL 23-5542
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 96 lid 6 BWArt. 22 RvArt. 139 RvRichtlijn 93/13/EEG
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden bij consumentovereenkomst

De zaak betreft een vordering van EnergieWonen B.V. tegen een consument tot betaling van een bedrag van €5.475,45, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde partij is verstek verklaard. De kantonrechter onderzoekt ambtshalve of de eisende partij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in artikel 6:230l BW, die de consument beschermen bij overeenkomsten tussen handelaar en consument.

Daarnaast toetst de rechter ambtshalve de toepasselijkheid en redelijkheid van de algemene voorwaarden van EnergieWonen, in het bijzonder artikel 6.1 dat betrekking heeft op betalingstermijnen, incassokosten en rente. Gelet op het Dexia-arrest en Europese richtlijnen moet worden vastgesteld of het beding oneerlijk is en daarmee vernietigd dient te worden. De kantonrechter constateert dat het beding geen duidelijke informatie geeft over aanmaning en omvang van incassokosten, wat vermoedelijk onredelijk bezwarend is.

De eisende partij wordt daarom op 10 januari 2024 bevolen om nadere toelichting te geven waarom het beding niet onredelijk bezwarend is. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze toelichting is ontvangen. Dit tussenvonnis is gewezen door kantonrechter W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De kantonrechter beveelt nadere toelichting van de eisende partij en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10674859 \ CV EXPL 23-5542
Uitspraakdatum: 13 december 2023
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
EnergieWonen B.V.
gevestigd te Almere
de eisende partij
gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 5.475,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.722,43 vanaf 11 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
(Pre)contractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.3.
De eisende partij heeft in de dagvaarding gesteld dat zij heeft voldaan aan de hiervoor genoemde (pre)contractuele informatieplichten. Zij heeft ter onderbouwing de offerte voorzien van een toelichting overgelegd. De kantonrechter zal in het eindvonnis beoordelen of hieruit voldoende blijkt dat is voldaan aan de hiervoor genoemde informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomst de algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard. De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest van het Hof van Justitie van 27 januari 2021, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens de Europese Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (Richtlijn 93/13/EEG) is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.
2.5.
De kantonrechter voegt hier nog aan toe dat het gaat om een beoordeling van de bedongen afspraken, die de rechten en plichten van partijen over en weer vastleggen en waar de consument door het sluiten van de overeenkomst contractueel aan kan worden gehouden. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan die afspraken houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is in dit verband niet relevant. De omstandigheid dat een eisende partij alleen een beroep doet op wettelijke bepalingen ontslaat de kantonrechter namelijk niet van de verplichting om ambtshalve te toetsen of de eisende partij zichzelf contractueel de mogelijkheid heeft voorbehouden om desgewenst, in of buiten rechte, aanspraak te maken op een contractueel bedongen vergoeding – en vervolgens ambtshalve te toetsen of het betreffende contractuele beding oneerlijk is en vernietigd moet worden. In dat laatste geval heeft de eisende partij ook geen recht op de gevorderde wettelijke vergoeding. Dat volgt uit arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:68) en 8 december 2022 (ECLI:EU:C:2022:971).
2.6.
Samenvattend moet de kantonrechter in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak.
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
2.7.
De eisende partij maakt aanspraak op vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. In artikel 6.1 van de Algemene verkoop- en leverings- voorwaarden EnergieWonen (hierna: de algemene voorwaarden) is daarover een beding opgenomen. De kantonrechter moet dus beoordelen of het genoemde artikel in de algemene voorwaarden oneerlijk is ten opzichte van de gedaagde partij.
2.8.
Artikel 6.1 van de algemene voorwaarden luidt als volgt:
“ (…) 6.1. De koper voldoet de aanbetalingsnota uiterlijk binnen zeven (7) dagen na ontvangst hiervan. Na installatie – levering ontvangt de Koper een factuur voor de resterende koopsom. Deze nota dient binnen 14 dagen middels een bancaire overboeking te worden voldaan. Bij het uitblijven van tijdige betaling behoudt EnergieWonen het recht voor om rente- en kosten over het opeisbare deel van de verschuldigde totaalsom in rekening te brengen. (…)”
2.9.
Op grond van de wet is een consument pas een incassokostenvergoeding verschuldigd als hij een veertiendagenbrief heeft ontvangen die aan alle in artikel 96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek genoemde eisen voldoet. De verschuldigde vergoeding is bovendien beperkt tot de tarieven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Uit artikel 6.1 van de algemene voorwaarden blijkt niet dat de gedaagde partij eerst nog wordt aangemaand en daarnaast blijkt uit het beding ook niet wat de omvang is van de buitengerechtelijke kosten. Dit laatste geldt ook voor de rente. De kantonrechter heeft dan ook het vermoeden dat het beding onredelijk bezwarend is in de zin van de richtlijn. De eisende partij zal daarom in de gelegenheid worden gesteld om toe te lichten waarom zij van mening is dat het beding in de gegeven omstandigheden niet onredelijk bezwarend is.
Gevolgen niet voldoen aan het bevel
2.10.
Indien aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
2.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
beveelt de eisende partij om bij akte op de rol van
10 januari 2024de stellingen in de dagvaarding nader toe te lichten door de inlichtingen te verstrekken zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter