Parteon vordert in kort geding ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [gedaagde] vanwege een burgemeesterssluiting op grond van de Opiumwet, nadat in de woning drugs werden aangetroffen.
De kantonrechter beoordeelt of de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming proportioneel en gegrond is. Uit het besluit en het politiedossier blijkt niet dat de huurders wetenschap hadden van de drugs, die achter kapotte lades werden gevonden. De huurders hebben direct maatregelen genomen door hun zoon, die vermoedelijk de drugs in huis had, uit de woning te zetten.
De kantonrechter weegt ook de persoonlijke omstandigheden van de huurders mee, waaronder hun gezondheid, het ontbreken van overlast en het belang van een veilige leefomgeving. Gelet op het ingrijpende karakter van ontruiming en de twijfel over het standhouden van de ontbinding in een bodemprocedure, wijst de rechter de vordering af. Ook de subsidiaire grondslag van tekortkoming in de nakoming wordt verworpen. Parteon wordt veroordeeld in de proceskosten.