Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 december 2023 in de zaken tussen
[eiseres] N.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen, verweerder,
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid).
Procesverloop
1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 (vierde kwartaal 2020) heeft zij op aangifte een bedrag van € 41.975 aan omzetbelasting voldaan. Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 29 oktober 2021 de bezwaren van eiseres tegen deze voldoeningen op aangifte ongegrond verklaard. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Overwegingen
Firm” are to the network comprising [bedrijf 4] , [bedrijf 5] and any such entity.
Assignment” ). Each Statement of Work forms a separate contract between the parties to such Statement of Work (…).
12 mei 2021 verzocht nadere informatie te verstrekken over de verschillende dienstverleners en de door hen aan eiseres verrichte prestaties. In reactie hierop heeft eiseres bij brief van
9 juni 2021 acht facturen aan verweerder toegezonden en toegelicht wat de werkzaamheden zijn waarop die facturen zien (de toelichting).
:
:
:
:
:
:
Geschil14. Tussen partijen is primair in geschil of eiseres in [land 3] is gevestigd. Subsidiair is in geschil of eiseres terecht verlegde omzetbelasting heeft voldaan ter zake van de diensten die aan haar zijn verleend door de in het buitenland gevestigde dienstverleners (de verleggings-btw). Niet langer is in geschil dat het [land 4] in de periode1 februari 2020 tot en met 31 december 2020 als lidstaat van de EU moet worden beschouwd.
Beslissing
uitspraak te tekenen