Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
geboren op [geboortedatum],
hierna: [schuldenaar],
advocaat mr. A.E. Muller, advocaat in Haarlem.
Rechtbank Noord-Holland
De schuldenaar in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) verzocht de rechter-commissaris om het vrij te laten bedrag (vtlb) te heroverwegen en te verhogen met een nominaal bedrag vanwege de te betalen kinderbijdrage voor zijn minderjarige zoon.
De rechter-commissaris stelde de schuldenaar in de gelegenheid het verzoek nader te onderbouwen, mede ondersteund door de advocaat van de moeder van het kind. Echter, de advocaat van de schuldenaar ondersteunde het verzoek niet, omdat het in strijd was met het verzoek tot nihilstelling van de onderhoudsverplichting gedurende de WSNP.
De rechter-commissaris kon door het ontbreken van financiële gegevens van de moeder niet vaststellen of er sprake was van een klemmend tekort om in de behoefte van het kind te voorzien, noch welk bedrag noodzakelijk zou zijn. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De familierechter heeft wel de bevoegdheid om de kinderbijdrage vast te stellen en kan beter beoordelen of er een tekort is. De schuldenaar wordt geadviseerd de beslissing van de familierechter af te wachten en daarna opnieuw een verzoek bij de rechter-commissaris in te dienen.
De rechter-commissaris benadrukte dat het vrij te laten bedrag niet verder wordt verhoogd dan strikt noodzakelijk om het tekort te dekken, aangezien dit ten koste gaat van de schuldeisers.
Uitkomst: Verzoek tot verhoging van het vrij te laten bedrag wegens kinderbijdrage wordt afgewezen wegens gebrek aan financiële onderbouwing.