Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 3.774 01+
geenrecht had op de startersaftrek.
Geschil10. In geschil is of eiser recht heeft op aftrek van de advocaatkosten van € 4.467.
op grond van een bij de overdracht gemaakt en met betaling verband houdend bedingeen gerede kans bestond dat de onderneming weer voor rekening van eiser zou komen, kan de rechtbank tot het oordeel komen dat de vordering van eiser op [naam 4] tot het ondernemingsvermogen is blijven behoren. In de in 2 aangehaalde koopovereenkomst is een dergelijk beding evenwel niet opgenomen en ook overigens is van een dergelijk beding niet gebleken, zodat er geen reden bestaat om af te wijken van de regel dat de vordering met de verkoop van de onderneming verplicht is overgegaan naar het privévermogen. Uit het voorgaande volgt dat de stelling van eiser dat er een gerede kans was dat de nachtclub weer voor zijn rekening zou worden geëxploiteerd, niet tot een ander oordeel kan leiden. Daarmee is immers nog niet voldaan aan de door de Hoge Raad gestelde voorwaarde dat sprake moet zijn van een bij de overdracht gemaakt en met betaling verband houdend beding. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat van een gerede kans dat de onderneming weer voor rekening van eiser zou worden geëxploiteerd ook geen sprake is. Eiser heeft ter zitting verklaard dat sprake was van een goed lopend café en dat er dus ten tijde van de verkoop een goede kans bestond dat de koopsom betaald zou worden. Uit de stukken komt verder naar voren dat eiser – naar hij zelf heeft verklaard – na het geweldsincident in 2015 zijn vergunning voor het exploiteren van de nachtclub definitief was kwijtgeraakt. Deze omstandigheid maakte het schier onmogelijk dat de nachtclub ooit weer voor rekening van eiser zou kunnen worden geëxploiteerd.