ECLI:NL:RBNHO:2023:1565
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 november 2019
Eiser, die sinds november 2016 ziekgemeld is, vroeg herbeoordeling van zijn WIA-uitkering per 1 november 2019 vanwege verslechterde gezondheid. Het UWV weigerde de uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek, stellende dat eiser geschikt is voor maatgevende arbeid. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen.
De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig en inhoudelijk overtuigend was uitgevoerd, waarbij ook de klachten van eiser zijn meegenomen, hoewel niet alle klachten in het dagverhaal waren opgenomen. De verzekeringsarts motiveerde waarom geen urenbeperking noodzakelijk was, mede omdat er geen medisch objectieve onderbouwing was voor verdere beperkingen.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser geschikt is voor zijn eigen werk, wat door de rechtbank werd onderschreven. De rechtbank achtte het UWV-besluit terecht en verklaarde het beroep van eiser ongegrond, waarbij ook werd bepaald dat proceskosten niet worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit om geen WIA-uitkering toe te kennen per 1 november 2019 blijft in stand.