Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Freo
1.De procedure
2.De beoordeling
BKR toetsen
Rechtbank Noord-Holland
De eisende partij, een kredietverstrekker, vorderde betaling van een openstaand kredietbedrag van €19.738,23 van de gedaagde partij, die niet aan haar betalingsverplichtingen had voldaan. De kredietovereenkomst was gesloten in november 2020 met een looptijd van 60 maanden en een rentepercentage van 4,4%.
De rechtbank beoordeelde of de eisende partij had voldaan aan haar precontractuele verplichtingen, met name de kredietwaardigheidstoets zoals voorgeschreven in artikel 4:34 lid 1 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft). Uit het overgelegde beleid en stukken bleek dat de toetsing via een geautomatiseerd systeem plaatsvond, maar dat de eisende partij onvoldoende had aangetoond op welke wijze de toets was uitgevoerd en welke gegevens en uitkomsten daaraan ten grondslag lagen.
De rechtbank constateerde dat belangrijke onderdelen van de toetsing, zoals een BKR-toets, EVA en PEP toetsen, creditscore en beleidstoetsing, niet waren onderbouwd. Ook waren de financiële gegevens van de gedaagde partij beperkt en onvoldoende om een verantwoord krediet te kunnen verstrekken. Gelet hierop werd de kredietovereenkomst ambtshalve vernietigd op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro.
De vordering van de eisende partij werd afgewezen omdat de overeenkomst niet in stand bleef. De eisende partij werd veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde partij op nihil werden vastgesteld.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt vernietigd en de vordering van de kredietverstrekker wordt afgewezen.