Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene, onder verplichte zorg krachtens een zorgmachtiging, diende een klacht in tegen de zorgaanbieder en verzocht om een second opinion en schadevergoeding vanwege de langdurige en volgens hem ineffectieve behandeling. De klachtencommissie verklaarde de klacht ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Betrokkene wendde zich vervolgens tot de rechtbank met een verzoek ex art. 10:7 Wvggz Pro.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op artikel 8:18 Wvggz Pro niet ontvankelijk was omdat dit geen klachtgrond is onder art. 10:3 Wvggz Pro. Voor de overige klachten, waaronder het gebrek aan toekomstperspectief en de beëindiging van het behandeltraject, stelde de rechtbank vast dat deze onvoldoende grond boden voor vernietiging van de klachtencommissie-uitspraak. De rechtbank nam mee dat een second opinion reeds was aangeboden en betrokkene daarvan had afgezien.
De rechtbank erkende de lange duur van de opname en de complexiteit van de situatie, maar vond dit geen grond voor schadevergoeding. Het verzoek tot schadevergoeding en second opinion werden afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door rechter A.S. van Leeuwen op 21 februari 2023.
Uitkomst: Verzoek tot vernietiging klacht ongegrond, verzoek second opinion en schadevergoeding afgewezen, niet-ontvankelijk voor beroep op art. 8:18 Wvggz.